U bent hier:  Home  /  Gedenktekens  /  Kan morgen weer gebeuren

Kan morgen weer gebeuren

Kan morgen weer gebeuren Vergroot afbeelding

Een protestmonument dat uit drie delen bestaat. De plek waar de twaalfjarige Jeroen Schut werd aangereden bestaat uit een gedenksteen, spoorbomen en een brug met Jeroens naam.

Joop (57) en Loes Schut (53) hebben zich jarenlang ingezet om de toedracht van het ongeluk op de overgang bij Kanaal Zuid boven tafel te krijgen. Jeroen overleed daar op 6 november 2000 nadat hij door een vrachttrein werd aangereden. Volgens de spoorweg- en regiopolitie was het de eigen schuld van Jeroen. ,,Maar we hadden het vermoeden dat er meer aan de hand was’’, zegt Joop Schut. Volgens hem zaten er flinke tegenstellingen in de verklaringen van beide politieorganisaties. De ouders zetten een traject in om de waarheid boven tafel te krijgen. ,,Dat was ongelooflijk emotioneel’’, aldus Joop. Na veel getouwtrek met politieorganisaties en ProRail werd het ongeluk gereconstrueerd op de plek van het ongeval. Daaruit bleek dat de haaientanden bij de overgang te dicht bij het spoor lagen. Jeroen wachtte op een voorbijkomende vrachtwagen, maar had te weinig plek om met zijn fiets van de spoorlijn te staan. De familie Schut werd in het gelijk gesteld.
Op 15 februari 2005, een dag voor Jeroens geboortedag, plaatsten Joop en Loes de gedenksteen langs het kanaal. Zonder datum erop, want ‘het kan morgen weer gebeuren’. ,,We willen er een tijdloos monument van maken.’’ Het monument is een protest tegen de manier waarop de gemeente de zaak heeft afgehandeld. ,,We laten met dat bermmonument zien wat er gebeurd is’’, zegt Joop, die zichtbaar geëmotioneerd is. ,,Het was niet Jeroens schuld.’’ Een maand later werden de spoorbomen bij de overgang geplaatst: iets wat de ouders als onderdeel van het monument zien. ,,Dat was voor ons een stukje erkenning. Dat het niet nog een keer kon gebeuren’’, zegt Joop. Tegelijkertijd liep de procedure om erkenning van de gemeente te krijgen. Ze zetten een bemiddelingstraject in om er gezamenlijk uit te komen. Halverwege 2006 deed burgemeester De graaf de familie een aanbod: het bruggetje bij de overgang mocht de naam van Jeroen dragen. Ze namen het aanbod aan. ,,Als we dat niet zouden doen, dan hadden we daar spijt van gekregen. Het is toch wel uniek.’’ Loes is het daar mee eens. ,,Het geeft een voldaan gevoel dat zijn naam daar staat’’, zegt ze. Ondanks het gebaar van de gemeente bleven ze strijden voor excuses. Ze voelden zich nog steeds onrecht aangedaan. ,,Volgens de gemeente waren ze wel verantwoordelijk voor de wegsituatie, maar niet voor de dood van Jeroen’’, zegt Joop. ,,Het ging ons om de erkenning dat onze zoon onschuldig was.’’
Uiteindelijk kregen Joop en Loes op 21 december 2006 officieel excuses. ,,Over elk woordje is gestreden, en dit is eruit gekomen’’, zegt Joop. Zijn vrouw houdt trots het ondertekende document omhoog. De gemeente erkent daarmee mede verantwoordelijk te zijn voor de dood van Jeroen ,,En dit was het. Dit was het moment dat we het konden afsluiten.’’ Loes vult haar man aan. ,,Daarna kun je pas beginnen met verwerken van het verdriet. Maar je bent al ruim zes jaar verder na het ongeluk. Dat hoort niet.’’ De excuses kwamen nadat het monument was geplaatst. De familie is momenteel bezig om dat eveneens in de gedenksteen te verwerken. Dit gebeurt rond november, zodra het tien jaar geleden is dat Jeroen overleed.
Zijn ouders bezoeken het monument eigenlijk alleen nog op zijn sterfdag. ,,Het is niet de plek van Jeroen’’, aldus Joop. ,,Het is de plek waar het gebeurd is.’’ Loes geeft aan dat ze hun zoon dichtbij willen houden. Zijn urn staat in de huiskamer en in de achtertuin ligt een kei met inscriptie. ,,Jeroen is gewoon thuis’’, zegt ze. De confrontatie die ze elke dag met hun overleden kind hebben, stoort ze niet. ,,Het is juist heel rustig. Je hoeft niet naar een begraafplaats toe. Een kind van twaalf hoort niet uit huis. Die hoort thuis te zijn.’’
Voor Joop komt de herinnering aan de fatale dag vaak onverwacht. ,,Er zijn heel veel momenten waarop je eraan wordt herinnerd. Je kunt geen spoorwegovergang oversteken zonder dat je aan Jeroen denkt.’’ Soms hoort hij een ambulance in de verte en denkt hij nog aan Jeroen. ,,Sommige momenten doet dat pijn, en soms is er niets aan de hand.’’ Zijn vrouw rijdt af en toe langs de plek als ze boodschappen doet. ,,Dan zeg ik hem altijd even gedag’’, zegt Loes. ,,Voor mij is het rustgevend om daar te zijn.’’ Joop knikt. ,,Het is de bevestiging dat Jeroen geen schuld had.’’

Uit de stentor , 22 mei 2010